Geef God de schuld (9)

Dit bericht is 45 keer gelezen!

Voor de goede orde: Door een samenstand van omlopigheden heb je lang moeten wachten op het vervolg van deze serie. Ik zal je niet vermoeien met de ins en out van die samenloop van omstandigheden. Laten we het er op houden dat mijn regelmaat zoek was en ik me dus moest concentreren op wat echt moest gebeuren. Maar nu is er weer wat ruimte en gaan we verder.

De vloek van God (Genesis 3:14-19).

In deze vloek gaan drie bewegingen hand in hand. De eerste beweging is die van Gods handelen: Ik zal …. Zo lezen we in vers 15: Ik zal vijandschap zetten. En in vers 16: Ik zal uw moeite groot maken. God laat zich als handelende persoon niet uit de wereld zetten. De tweede beweging is het handelen van de mens en de gevolgen daarvan. Zo lezen we dat de mens zal begeren (vers 16), zal heersen (vers 16) en zwoegen (vers 17). De derde beweging lijkt passief: De aarde zal vervloekt zijn en dorens en distels laten opkomen. Die derde beweging laten we voor dit moment voor wat het is, want met dorens en distels is op zich niets mis totdat de mens gaat bepalen waar ze wel of niet zouden mogen groeien. We houden het voorlopig bij de eerste twee bewegingen in de vloek van God.

Het moet wel opvallen dat in de vloek van God het handelen en de verantwoordelijkheid van zowel God als de mens hand in hand gaan. Ze zijn niet uit elkaar te houden. Neem de zwangerschap als voorbeeld. Is er een beter voorbeeld van het hand-in-hand gaan van zelfbeschikking en noodlot? In de meeste gevallen is een zwangerschap gewenst, ook al is de zwangerschap lastig, de geboorte pijnlijk en het begeleiden van een kind een levensbeheersende taak met al zijn ups en downs, mooie vakanties en slapeloze nachten. Ook het niet zwanger kunnen of willen worden kan een kwelling zijn, die levensbepalend kan zijn. In bijbelse taal zou ik zeggen dat aan de ene kant God leven geeft en het tegelijk “zwaar” maakt en aan de andere kant de mens leven verlangt en een leven lang worstelt met licht en zwaar en in die worsteling heel vaak niet weet welke van de twee nu goed en welke kwaad is. Tot in de diepste vezels van de zwangerschap gaan deze twee (“God en mens” of “noodlot en zelfbeschikking” zo je wil) samen. Zelf tot diep in de keuze een zwangerschap wel of niet te willen of te beëindigen. Geen mens ontkomt er aan, ook al zou je het willen. En de bijbel geeft je woorden: Geef God de schuld! Hij wilde niet weg uit de crisis van het aardse bestaan. Sterker nog: Zijn vloek bracht deze crisis, waarin jij als mens gezet wordt en meestal vrijwillig meegaat.

En God en mens gaan meteen aan de slag. De mens focust zich meteen op het leven dat voor hem ligt. Hij geeft zijn partner de naam “Moeder van alle leven” en gaat de weg van de vruchtbaarheid. God gaat aan de slag en zorgt er voor dat de beweging van de mens niet altijddurend op aarde kan zijn. Hij sluit de weg naar het onbegrensde leven af en voorkomt daarmee dat de mens zonder einde in het bovengeschetste conflict zou bestaan. De Hof van Eden en de Boom van het leven worden voor de mens onbereikbaar, zodat zijn leven eindig wordt. En vanaf dat moment gaan God en mens willens en wetens of ondanks zichzelf en eigen wensen het risico van het leven op aarde aan. God gaat de uitdaging aan omdat Hij is begonnen, de mens omdat hij gewoon niets anders te kiezen heeft dan “doen of niet doen”. En voor “niet doen” hebben de meeste mensen de moed niet.

(wordt vervolgd)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *